Mooi inspirerend verhaal: Onbewoond eiland – De torenbouwer en de voedselverzamelaar

Onbewoond eiland: De torenbouwer en de voedselverzamelaar

Er waren eens twee mannen die met hun bootje overboord sloegen. De mannen hadden geluk, want in de buurt van waar ze in het water gevallen waren, waren twee onbewoonde eilandjes. De mannen, die toevallig passagier op het schip waren, kenden elkaar niet. Ze besloten daarom elk hun eigen eiland te gaan bewonen. Het nadeel van de eilandjes was, dat het er droog en rotsachtig was. Hierdoor was er weinig eten te vinden op elk van de eilandjes.

Nadat beide mannen een hut gebouwd hadden, zodat ze droog en beschut de nacht konden doorbrengen, besloot één van de mannen er op uit te gaan om voedsel te verzamelen. Dag in dag uit was hij hiermee in de weer. Na verloop van tijd had hij voldoende verzameld om wel tien mensen van eten te voorzien. De andere man verzamelde net genoeg voedsel om zichzelf in leven te kunnen houden. De rest van de tijd besteedde hij aan het bouwen van een enorme toren.

De man die voedsel verzamelde, vond dat maar raar. Hij vroeg zich af wat je op een onbewoond eiland moest met een toren. Nieuwsgierig als hij was, vroeg hij het de andere man. Deze antwoordde dat hij het ook niet precies wist, maar dat er iets was in hem wat zei dat hij deze toren moest bouwen. “En als hij af is”, zei de torenbouwer, “Mag jij er ook gebruik van maken.”

De voedselverzamelaar reageerde met: “Maar wat doe je dan als het een paar dagen slecht weer is, waardoor je niet naar buiten kunt om voedsel te verzamelen? Je tijd gaat immer allemaal op aan het bouwen van die toren en een toren kun je niet eten. Je houdt je toren maar. Het is vast een list.”

“De toren bouw ik, omdat dat voor ons belangrijk is. Als mijn voedsel op is, klop ik bij jou aan”, antwoordde de torenbouwer. De voedselverzamelaar begon te lachen en zei: “Ik dacht het niet. Je zoekt zelf maar.”, waarna de torenbouwer onverdroten doorging met het bouwen van zijn toren.

Niet lang daarna kwam er een periode aan dat het heel slecht weer was. Het was onmogelijk om naar buiten te gaan om voedsel te zoeken. Na enkele dagen kwam de torenbouwer bijna om van de honger. Vanuit zijn hut riep hij naar de voedselverzamelaar en vroeg of hij wat te eten van hem mocht. De voedselverzamelaar lachte en riep: “Nee hoor. Eigen schuld, dikke bult.”

De torenbouwer had geluk, want na nog een dag slecht weer, klaarde het op. Nadat hij voldoende voedsel had verzameld om weer op krachten te komen, bouwde hij verder aan zijn toren. Ook de voedselverzamelaar was weer op pad geweest en had nog meer voedsel verzameld. Nu kon hij wel vijftien monden voeden. “Kijk eens hoeveel voedsel ik heb!”, riep hij naar de torenbouwer. Deze keek niet op of om en bouwde gestaag door aan zijn toren.

De voedselverzamelaar schreeuwde: “Jij dwaas! Op een dag zul je omkomen van de honger.” De torenbouwer reageerde alleen met de vraag “Wat zegt het iets in jou, dat je moet doen? Voedsel verzamelen?” De voedselverzamelaar reageerde geïrriteerd met de opmerking: “Nee, ook in mij schreeuwt iets dat ik een toren moet bouwen, maar een toren kan ik niet eten, dus heb ik besloten mijn energie te steken in het verzamelen van voedsel in plaats van naar zoiets dwaas te luisteren. Ik zal toch moeten zien te overleven.”

Nu lachte de torenbouwer en hij zei: “Slim of dwaas, wie zal het zeggen.”

Vanaf die dag spraken de mannen elkaar niet vaak meer. De torenbouwer concentreerde zich op het bouwen van de toren en de voedselverzamelaar was nog steeds druk bezig geweest met het verzamelen van voedsel. Hij kon inmiddels wel 20 monden voeden. De rest van de tijd doodde hij met het voor dwaas uitmaken van de torenbouwer en te kokketeren met zijn voedsel. Van de torenbouwer kwam geen enkele reactie meer.

Na enkele weken was de toren af en de torenbouwer beklom zijn toren. “Wat zie je?”, vroeg de voedselverzamelaar toen hij er lucht van kreeg dat de torenbouwer zijn toren af was en hij in de top geklommen was.

“Als je dat wilt weten, moet je maar komen kijken.”, zei de torenbouwer, die in de verte, maar wel op zwemafstand het vaste land waarnam. “Vertel het nou maar”, zei de voedselverzamelaar. “Ik geef je er tien kokosnoten voor als je het me vertelt.”

“Wat zegt het iets in je?”, vroeg de torenbouwer aan de voedselverzamelaar. “Dat ik gerust kan komen kijken.”, antwoordde deze. “Maar daar luister ik niet naar. Ik kijk wel uit. Het risico is veel te groot dat jij, dwaas mij van de toren afgooit of dat je, wanneer ik in de toren geklommem ben, mijn voedsel afpakt. Het is een truc! Daarom heb je die toren gebouwd. Om mij er in te luizen!”

“Ik zeg het je een laatste keer. Kom kijken en zie het zelf.”, opperde de torenbouwer weer. De voedselverzamelaar weigerde echter in alle toonaarden. Hierna dook de torenbouwer van de toren, zo in de zee en zwom weg richting het vaste land. Daar schreef hij een boek over zijn ervaringen en de bouw van de toren. Hij kan er goed van leven.

En de voedselverzamelaar? De voedselverzamelaar zit nog steeds op zijn eiland. Hij is er van overtuigd dat de torenbouwer ergens bij het eiland rond dobbert, wachtend op het moment dat hij, de voedselverzamelaar, de toren bestijgt, om zo zijn voedsel te bemachtigen.

via https://www.facebook.com/STAPuitdeMATRIX

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s